Mijn puber ziet er ‘raar’ uit: wat die look eigenlijk betekent (en hoe je als ouder overleeft)
Nan Coosemans ·

k herinner me nog dat mijn zoon in de eerste drie weken van de brugklas veranderde van een kleurrijke vrolijkerd in een soort schaduw die alleen nog maar zwart droeg. Iedere ouder maakt het mee. De en
k herinner me nog dat mijn zoon in de eerste drie weken van de brugklas veranderde van een kleurrijke vrolijkerd in een soort schaduw die alleen nog maar zwart droeg. Iedere ouder maakt het mee. De ene dag gaat je kind ‘normaal’ de deur uit, de volgende dag komt er een puber terug met een oversized broek tot op de knieën, een heuptasje dwars over de borst en een kapsel waar je de rillingen van krijgt. Je kijkt ernaar en denkt: “Hoe ziet hij er in hemelsnaam uit?”
Haal adem: het komt goed;-)
Misschien is het niet het plaatje dat jij voor ogen had, maar probeer niet meteen te oordelen (of nog erger: het belachelijk te maken). Achter die enorme hoodie of die neon-sneakers zit namelijk vaak een boodschap die het luisteren waard is.
Mode als identiteitscrisis
De puberteit is één grote overgangsfase. We zien het elk jaar bij de jongeren op onze zomerkampen: elke stap naar volwassenheid heeft een uiterlijk kenmerk nodig. Voor pubers is kleding een manier om te zeggen: “Ik verander”, “Ik ben geen kind meer” of “Ik wil ergens bij horen”.
Neem de ‘straat-look’ of de ‘maranza-stijl’: opvallende merken (echt of nep), een stoere houding en veel streetwear. Het is makkelijk om dat oppervlakkig te vinden, maar vaak is het een schreeuw om erkenning en verbondenheid. Kleding spreekt voor ze op het moment dat ze de woorden zelf nog niet kunnen vinden.
Een experiment in autonomie
Laten we eerlijk zijn: wij droegen vroeger ook dingen waar we nu de foto’s liever van verstoppen. Die foute kapsels of enorme schoudervullingen vertelden destijds ook wie we wilden zijn. Voor je puber is kleding een van de eerste plekken waar ze écht zelf beslissen. Ze zullen stijlfouten maken – soms pijnlijke – maar dat hoort bij het proces.
Het is geen aanval op jou
Als je je ergert aan een outfit, komt dat vaak omdat het schuurt met wat jij ‘netjes’ of ‘gepast’ vindt. Maar onthoud: die crop top of dat omgekeerde petje is meestal geen aanval op jou persoonlijk. Het is een manier om te matchen met de groep. Soms is het een test: “Accepteer je me ook als ik er anders uitzie dan jij wilt?”
Je hoeft niet alles fantastisch te vinden, maar luister eerst voordat je je mening geeft. Als een puber zich gerespecteerd voelt in zijn keuzes, is de kans veel groter dat ze ook naar jouw advies luisteren als het er echt om gaat.
Wees blij met het experiment
Eigenlijk is het pas zorgelijk als een puber totaal géén eigen stijl laat zien. Pubers die zich alleen maar kleden om volwassenen te pleasen en nooit eens buiten de lijntjes kleuren, voelen zich misschien niet vrij genoeg om te ontdekken wie ze echt zijn. Experimenteren met je uiterlijk is jezelf leren kennen. Wij als ouders moeten leren om daarnaast te staan, in plaats van erboven.
4 tips voor als je het echt niet meer ziet zitten:
- Check je eigen irritatie: Waar stoor je je écht aan? Het uiterlijk, of het feit dat je kind groot wordt en loslaat?
- Stel vragen: “Interessante look, wat spreekt je daar zo in aan?” werkt beter dan “Je lijkt wel een zwerver.”
- Laat de controle varen: Het is hun kledingkast, niet de jouwe. Hoe harder jij trekt, hoe extremer zij zich gaan kleden.
- Vertrouw op de tijd: Mode waait over. Vandaag is het ‘extreem’, morgen is het weer wat anders. De band met je puber is wat telt.
De zoektocht onder die hoodie
De volgende keer dat je op het punt staat te roepen: “Hoe zie je eruit?!”, slik het even in. Je puber kiest geen kleren, die zoekt zichzelf. Je bent er niet meer om het setje voor de volgende dag klaar te leggen. Je bent er om ze te steunen terwijl ze ontdekken wie ze zijn. Ook als ze dat doen op fluoroze Crocs.
Wil je leren hoe je de communicatie met je puber écht verbetert? hier kan je het ebook downloaden